Met elke stap loopt ze met me mee, mijn innerlijke stem. Dat is nooit anders geweest. Ook nu niet. Mijn eerste wandeldagen gaan voorbij met enkel een paar ongemakken. Pijntje, kramp, muggenbult op een wel heel gekke plek. Voor zoiets meld mijn innerlijkje stem zich niet. Tot het moment dat ik benzine wil tanken. Daar valt mijn oog op een schakelkast. Olieresten en ander vuil hebben zich in een vettige laag afgezet. Regen en wind hebben twee ogen boven een enorme buik geschilderd. Vanaf de kast kijken ze me indringend aan. In een split second herken ik haar.  Zonder aankondiging stapt ze bij me binnen en gaat in gesprek met mijn innerlijke stem.

MIJN REIS IS BEGONNEN.